Overdracht- Tegenoverdracht
In het kort:
Lestijd: 10:00 tot 17:00
Inclusief: Syllabus, koffie/thee, certificering
Exclusief: Lunch, boeken, parkeergeld
Het was Freud opgevallen dat zijn patiënten tijdens de psychoanalytische gesprekken vaak gevoelens ten opzichte van hem begonnen te koesteren, zonder dat bepaalde gebeurtenissen of gesprekken tijdens de therapie daar aanleiding toe gaven. Deze gevoelens konden zowel negatief (onverdiende agressie) als positief (ongegronde verliefdheid) zijn. Deze gevoelens bleken vaak al aanwezig te zijn van bij het begin van de therapie.
Deze gevoelens bij de patiënt waren alles behalve bijkomstig. In feite bepaalden ze grotendeels de reacties van de patiënt tegenover de therapeut, zelfs voor die thema's die niets te zien hadden met deze therapeut.
Stilaan werd hem duidelijk dat deze gevoelens, of gevoelsmatig gekleurde attitudes, sterk verband hielden met de probleempersonen die de patiënt vroeger ontmoet had, bv. een autoritaire vaderfiguur. M.a.w., het was alsof de patiënt ten opzichte de persoon van de therapeut dezelfde gevoelens begon te beleven als tegenover zijn te sterke vaderfiguur, enz. Het is alsof de patiënt zijn problemen projecteerde op de therapeut. Freud is dit fenomeen de overdracht (Fr. transfert, Eng. transference) gaan noemen. Hij besefte gaandeweg het grote belang van dit fenomeen, niet enkel voor het begrijpen van wat zich in de therapie afspeelt, maar ook als centraal proces in het therapeutisch gebeuren.
Later merkte hij dat niet alleen de patiënt, maar ook de therapeut zelf dergelijke projecties maakte. Ook de therapeut ging ten opzichte van de patiënt bepaalde gevoelens koesteren, die niets te zien hadden met het gedrag of de verhalen van de patiënt, maar die meer verband hielden met de eigen emotionele en psychologische voorgeschiedenis van de therapeut. In het begin dacht Freud dat deze gevoelens bij de therapeut een reactie waren op de overdracht van de patiënt. Hij noemde de gevoelens bij de therapeut dan ook tegenoverdracht (Fr. contretransfert, Eng. countertransference). Later besefte hij dat het voorkomen en de mededelingen van de patiënt weliswaar een rol spelen, maar dat de tegenoverdracht vooral verklaard moet worden vanuit de psyche van de therapeut.
Vele decennia heeft men gedacht dat overdracht en tegenoverdracht een soort eigenaardige zaken waren, die zich enkel binnen de nogal eigenaardige context van de psychoanalyse voordeden. Mettertijd is men gaan beseffen dat het een algemeen menselijk verschijnsel is, dat mede aan de basis ligt van sympathieën en antipathieën, vooroordeel, racisme, en elke irrationele vorm van gedrag en gevoel. Plaatsen waar het vooral een rol speelt zijn: de relatie leraar-leerling, baas-ondergeschikte, oudere-jongere, opvoeder-opvoedeling, enz.
Doel
Tijdens deze dag zal het thema overdracht/tegenoverdracht centraal staan. Dus, het vermogen om de tegenoverdracht bij jezelf als therapeut te herkennen, de onvermijdelijkheid, noodzakelijkheid en (mits herkend) de geneeskrachtige uitwerking ervan te kunnen begrijpen die zowel bij cliënt als therapeut leidt tot groter zelfinzicht.
Doelgroep
Afgestudeerde therapeuten, in opleiding zijnde therapeuten en andere (para)medici met belangstelling voor psychodynamische interventies.
Programma
- Kennismaking vol vooroordelen en projecties naar elkaar
- Stukje theoretische achtergrond met o.a. aandacht voor vragen als: wat is overdracht precies; wat is het verschil met projectie; wat is positieve overdracht en kunnen overdrachtsverschijnselen bestreden worden?
- Praktijkdeel: wat doen mijn cliënten met mij en wat doe ik met mezelf?
Docent:
Anita de NennieDrs. Anita de Nennie is opgeleid tot psycholoog met een psychodynamisch-analytische achtergrond en volgde daarna een opleiding in hypno- en regressietherapie en Reichiaans lichaamswerk. Zij voert een eigen praktijk voor individuele- en relatietherapie, leertherapie, stage- en scriptiebegeleiding en supervisie. Verder is zij werkzaam als docent en coôrdinator bij een psycho-sociale academie. Daarnaast geeft ze enkele lessen psychopathologie per jaar aan een instituut voor hypnotherapie. Anita is aangesloten bij het NIP (Nederlands Instituut voor Psychologen) en het NVPA (Nederlands Verbond voor Psychologen, Psychotherapeuten en Agogen) waar zij tevens zitting heeft in de toelatingscommissie.
Geaccrediteerd bij:
Oud-deelnemers waren o.a. lid van:
NBVH, BHET, VIT, NVvR, NFG, NVRT, NVPA, VvvK, NVPA, JVATN






1941 BB Beverwijk